ECLI:NL:PHR:2012:BY3496
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens ongeldige betekening dagvaarding in hoger beroep
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem verdachte veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen en een gevangenisstraf van drie maanden opgelegd. Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld. De Hoge Raad beoordeelt de geldigheid van de betekening van de dagvaarding in hoger beroep.
Uit de processtukken blijkt dat verdachte een bekend buitenlands adres had, maar dat de dagvaarding niet naar dit adres is verzonden. De dagvaarding is enkel uitgereikt aan de griffie van de rechtbank omdat geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was. Volgens vaste rechtspraak (HR 12 maart 2002, LJN AD5163) moet de dagvaarding in een dergelijk geval naar het buitenlandse adres worden verzonden.
De Hoge Raad oordeelt dat de betekening van de dagvaarding in hoger beroep niet rechtsgeldig heeft plaatsgevonden en dat het hof de dagvaarding daarom nietig had moeten verklaren. Omdat dit middel slaagt, hoeven de overige middelen niet te worden besproken. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor een passende beslissing op basis van art. 440 Sv Pro.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens ongeldige betekening van de dagvaarding in hoger beroep.