ECLI:NL:HR:2012:BY3496
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Nietigheid dagvaarding wegens onjuiste betekening naar buitenlands adres verdachte
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig was betekend aan de verdachte die in het buitenland woonde en niet in Nederland was ingeschreven in de GBA. De dagvaarding was uitgereikt aan de griffie van de rechtbank omdat geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was.
De Hoge Raad herhaalde zijn eerdere jurisprudentie dat indien een verdachte niet in Nederland is ingeschreven en een buitenlands adres bekend is, de dagvaarding naar dat buitenlandse adres moet worden verzonden, hetzij rechtstreeks door het Openbaar Ministerie, hetzij via bevoegde buitenlandse autoriteiten. In deze zaak bleek niet dat de dagvaarding daadwerkelijk naar het buitenlandse adres van de verdachte was verzonden.
Daarom oordeelde de Hoge Raad dat de dagvaarding in hoger beroep niet rechtsgeldig was betekend en verklaarde de dagvaarding nietig. Het bestreden arrest van het Hof Arnhem werd vernietigd. De overige middelen behoefden geen bespreking. De uitspraak onderstreept het belang van correcte betekening van dagvaardingen bij buitenlandse verdachten.
Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard wegens onjuiste betekening naar het buitenlandse adres van de verdachte.