ECLI:NL:PHR:2012:BY4317
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest schuldheling wegens onvoldoende motivering vermoeden misdrijf
In deze zaak stond verdachte terecht voor schuldheling van een MP3-speler die was weggenomen bij een woninginbraak. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte de MP3-speler in bezit had terwijl hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
De bewijsvoering bestond uit verklaringen van de aangever, bevindingen van verbalisanten die de MP3-speler in de auto van verdachte aantroffen en constateerden dat de naam van het slachtoffer op het apparaat verscheen, en de ontkennende verklaring van verdachte zelf. Verdachte verklaarde niet te weten van wie de MP3-speler was en dat iemand anders het apparaat bij hem had aangesloten.
De verdediging voerde aan dat het enkele feit dat verdachte het apparaat in zijn auto had gevonden niet tot nader onderzoek noopte en dat niet kon worden gezegd dat verdachte redelijkerwijs het vermoeden had dat het om een gestolen goed ging. Het hof verwierp dit verweer zonder voldoende inzicht te geven in de motivering waarom het vermoeden bij verdachte had moeten rijzen.
De Hoge Raad oordeelde dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid op welk moment en waarom verdachte redelijkerwijs het vermoeden had moeten hebben dat de MP3-speler door misdrijf was verkregen. Hierdoor ontbrak het aan een deugdelijke motivering van de bewezenverklaring. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak terug of gaf een passende beslissing op basis van art. 440 Sv Pro.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende gemotiveerd redelijk vermoeden van schuldheling.