ECLI:NL:PHR:2012:BY4839
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt ontnemingsmaatregel wegens onjuiste verrekening elektriciteitskosten bij hennepteelt
In deze zaak stond de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt centraal. Betrokkene werd door het hof veroordeeld tot betaling van €17.150,- aan de Staat, waarbij het hof geen aftrek verleende voor de achteraf betaalde elektriciteitsrekening van Stedin. Het hof motiveerde dit door te stellen dat de elektriciteit als gestolen voordeel moest worden aangemerkt en dat de betaling daarvan het voordeel teniet deed.
De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof dit oordeel niet begrijpelijk had gemotiveerd. Door de betaling van de elektriciteitsrekening heeft betrokkene immers kosten gemaakt die rechtstreeks verband houden met het gepleegde delict. Het feit dat de elektriciteit was gestolen doet hieraan niet af. De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest (HR LJN BQ0779) waarin eenzelfde standpunt werd ingenomen.
Verder behandelde de Hoge Raad bezwaren tegen het oordeel van het hof over het aantal oogsten en de gemiddelde opbrengst per hennepplant. Deze middelen faalden omdat het hof aannemelijk had gemaakt dat drie oogsten binnen de bewezenverklaarde periode konden plaatsvinden en dat de standaardopbrengst van 30 gram per plant gerechtvaardigd was.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug voor een nieuwe beslissing waarin de elektriciteitskosten in mindering moeten worden gebracht op het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug vanwege onjuiste verrekening van elektriciteitskosten.