ECLI:NL:PHR:2012:BY6062
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid aanwijzing douaneschuldenaar via algemene maatregel van bestuur
Belanghebbende, actief in de kledingimport en -handel, werd aangesproken als douaneschuldenaar voor onjuiste douanewaarden bij invoer in 2003 en 2004. De Inspecteur stelde dat bedragen die als 'inkoopcommissie' werden beschouwd, wel tot de douanewaarde moesten worden gerekend. Belanghebbende werd uitgenodigd tot betaling en stelde in beroep dat de aanwijzing van douaneschuldenaar via een algemene maatregel van bestuur (amvb) niet rechtsgeldig was omdat dit volgens haar bij wet in formele zin moest gebeuren.
De Rechtbank en het Hof verwierpen deze stelling en bevestigden de aanwijzing in artikel 54 van Pro het Douanebesluit, een amvb. In cassatie onderzocht de Procureur-Generaal of het Communautair douanewetboek (CDW) en de nationale Douanewet toelaten dat de aanwijzing van de onjuiste-gegevens-verstrekker als douaneschuldenaar via een amvb kan plaatsvinden.
Uit de tekst van artikel 201, lid 3, van het CDW volgt dat lidstaten deze aanwijzing kunnen regelen 'overeenkomstig de nationale bepalingen', zonder dat formele wetgeving vereist is. Jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU stelt wel eisen aan rechtszekerheid bij omzetting van Europese regels, maar een amvb als het Douanebesluit voldoet hieraan. De Douanewet biedt bovendien voldoende grondslag om via amvb nadere regels te stellen ter uitvoering van het CDW.
Hoewel het gebruikelijk is om belastingschuldenaren bij wet aan te wijzen, sluit de Douanewet niet uit dat dit via een amvb kan. De conclusie luidt dat de aanwijzing van belanghebbende als douaneschuldenaar in het Douanebesluit rechtsgeldig is en niet in strijd met het CDW of de Douanewet. Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de rechtsgeldigheid van de aanwijzing van belanghebbende als douaneschuldenaar via het Douanebesluit.