ECLI:NL:PHR:2012:BY7854
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aanhouding zaak over ambtshalve toetsing contractuele rente aan Richtlijn oneerlijke bedingen
In deze zaak staat centraal of het hof in hoger beroep ambtshalve een beding inzake contractuele rente, opgenomen in de algemene voorwaarden, had moeten toetsen aan de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. De zaak betreft een geschil tussen een consument en een aannemer over betaling van een verbouwing en de daarbij behorende renteverplichtingen.
De rechtbank wees de vordering van de aannemer af, maar het hof vernietigde dit vonnis en veroordeelde de consument tot betaling van een bedrag vermeerderd met contractuele rente. De consument voerde in cassatie aan dat het hof had moeten toetsen of het rentebeding oneerlijk was, ook al was dit beding niet betwist in eerste aanleg.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de toepasselijkheid van de Richtlijn, de verplichting van de rechter tot ambtshalve toetsing van oneerlijke bedingen, en de grenzen van de rechtsstrijd. Tevens wordt ingegaan op het verbod van reformatio in peius en de verhouding tussen nationale procesregels en EU-recht.
Gelet op de openstaande prejudiciële vragen bij het Hof van Justitie van de EU over de ambtshalve toetsing van dergelijke bedingen, besluit de Hoge Raad de zaak aan te houden totdat het HvJ EU hierover uitspraak doet.
Uitkomst: De Hoge Raad houdt de zaak aan in afwachting van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU over ambtshalve toetsing van contractuele renteclausules.