ECLI:NL:PHR:2012:BY9721
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling politieambtenaar voor verkeersregels en aansprakelijkheid bij aanrijding fietser
Een politieambtenaar werd beschuldigd van schuld aan een verkeersongeval waarbij een fietser werd aangereden. Het hof sprak hem vrij van schuld op grond van een vrijstelling van verkeersregels die geldt voor politieambtenaren bij de uitvoering van hun taken, waaronder het rijden op een fietspad zonder optische en geluidssignalen tijdens een verkeerscontrole.
Het hof oordeelde dat de verdachte geen voorrang hoefde te verlenen aan de van rechts komende fietsster en niet onverantwoord snel had gereden, maar wel zijn motor niet tijdig tot stilstand had kunnen brengen. Het hof vond dit echter niet voldoende voor schuld in de zin van artikel 6 WVW Pro 1994, maar veroordeelde hem wel voor het veroorzaken van gevaar op de weg volgens artikel 5 WVW Pro 1994.
De Hoge Raad stelde vast dat de vrijstelling die het hof toepaste niet rechtsgeldig is voor het negeren van voorrangsregels, omdat de wettelijke grondslag (artikel 147 WVW Pro 1994) vrijstelling beperkt tot voorschriften die betrekking hebben op het gebruik van de weg, niet op interactie tussen weggebruikers zoals voorrang verlenen.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Tevens werd de bestaande beschikking over vrijstelling van verkeersregels voor politieambtenaren ingetrokken en aangepast om duidelijkheid te scheppen over de reikwijdte van vrijstellingen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.