Conclusie
eerste middelklaagt dat het Hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd onder 1 heeft bewezenverklaard dat de verdachte de mishandeling heeft begaan tegen “zijn levensgezel" als bedoeld in art. 304 Sr Pro.
- of sprake is van een gemeenschappelijke huishouding
- de duur van de gemeenschappelijke huishouding
- of er een relatie van affectieve aard is, en met name
- of betrokkenen kennelijk uitgaan van een nauwe lotsverbondenheid.
Ik hou van haar. Dat is voor het eerst van mijn leven. Emoties kunnen hoog oplopen. Ik ben te ver gegaan. We zijn nog steeds blij met elkaar. De straf is aan u. Ik ben uit mijn slof geschoten sorry."
tweedemiddel bevat de klacht dat de strafoplegging onjuist, onbegrijpelijk en/of ontoereikend is gemotiveerd. Met name zou de verwijzing naar wederom een veroordeling voor mishandeling en poging tot zware mishandeling niet uit het uittreksel van de justitiële documentatie volgen; en zou niet vaststaan dat het slachtoffer daarvan opnieuw zijn vriendin was.
bij de Hoge Raad der Nederlanden