Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaring en gebezigde bewijsmiddelen
4.Slotsom
5.Beslissing
29 oktober 2013.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam inzake mishandeling op 21 oktober 2008 te Wormerveer. De verdachte werd veroordeeld voor het mishandelen van twee personen, waaronder zijn levensgezel.
De kern van het cassatieberoep betrof de kwalificatie van de relatie tussen verdachte en de aangeefster als levensgezelschap in de zin van artikel 304 Sr Pro. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat sprake was van een nauwe persoonlijke betrekking met de vereiste hechtheid die vergelijkbaar is met die tussen echtgenoten of geregistreerde partners. De gebruikte bewijsmiddelen boden onvoldoende inzicht in de aard en hechtheid van de relatie.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het betreft de beslissing over het misdrijf tegen de levensgezel en de strafoplegging. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting en beslissing over dit onderdeel. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting over het onderdeel mishandeling van de levensgezel.