ECLI:NL:PHR:2013:1163
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van profijtontneming bij het bezit van hennepplanten in ontnemingsprocedure
In deze zaak is cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Leeuwarden waarin de veroordeelde werd verplicht het wederrechtelijk verkregen voordeel van €4.900,- aan de Staat te betalen. Het geschil betreft de vraag of het enkel aanwezig hebben van hennepplanten al kan worden aangemerkt als een gedraging die voordeel heeft opgeleverd.
De Hoge Raad overweegt dat het Hof aannemelijk heeft gemaakt dat de veroordeelde minstens éénmaal heeft geoogst, waardoor het voordeel aannemelijk is. Er wordt een keuze gemaakt tussen een strikt grammaticale interpretatie, waarbij bezit op zichzelf geen voordeel oplevert, en een doelgerichte interpretatie, waarbij het opzettelijk aanwezig hebben van hennepplanten afhankelijk van de omstandigheden als profijtelijk kan worden beschouwd.
De Hoge Raad concludeert dat het oordeel van het Hof toereikend gemotiveerd en niet onbegrijpelijk is, en verwerpt het cassatieberoep. Tevens wordt een overschrijding van de redelijke termijn erkend, waarvan compensatie zal worden toegepast in de hoofdzaak die bij de Hoge Raad aanhangig is.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsmaatregel van €4.900,- blijft in stand.