Conclusie
1.De Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden,
2.[de moeder],
verzoekschrift nr. 1.1, behoudens de eerste en laatste alinea). Het hof heeft dat niet beslist en het middel faalt in zoverre.
verzoekschrift nr. 1.2). Het middel faalt in zoverre.
verzoekschrift nr. 1.1, eerste en laatste alinea).
aanvullend verzoekschriftricht klachten tegen rov. 7, waarin het hof overweegt, kort gezegd, dat het van oordeel is dat de kinderrechter op goede gronden heeft beslist tot begeleide omgang eens per maand.