Conclusie
1.De feiten en het procesverloop
speedily) is overschreden en dat de officier van justitie daarom in zijn verzoek niet ontvankelijk is. Subsidiair is afwijzing van het verzoek van de officier van justitie althans toewijzing voor een kortere termijn dan een jaar bepleit. Daarnaast heeft betrokkene vergoeding verzocht van immateriële schade als gevolg van de vrijheidsbeneming, tot een bedrag van € 85,- voor iedere dag boven de vier weken tot aan de dag van de beslissing.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
ter zittingeen deskundige wordt gehoord op verzoek van de patiënt, maar in
allegevallen waarin op verzoek van de patiënt een (nader) deskundigenonderzoek door de rechter wordt gelast [5] .
settingheb ik onlangs voorgesteld, het vereiste van een spoedige afdoening nader in te vullen door bij wege van analogie een termijn van vier weken te hanteren [9] . Dat zou ook hier kunnen, maar zelfs als met de steller van het middel wordt aangenomen dat voor de rechtbank opnieuw een beslistermijn gold van vier weken, gerekend vanaf 11 april 2013, is daarmee nog niet gegeven dat een overschrijding van die termijn grond oplevert voor vernietiging van de bestreden beschikking.
speedily’kan worden beschouwd, wordt door het EHRM beantwoord aan de hand van de omstandigheden van het geval [11] . Dit is in latere uitpraken herhaald [12] . Op 25 oktober 1990 overwoog het EHRM [13] :
speediness’in art. 5 lid 4 EVRM Pro geschonden.