Conclusie
1.Voorgeschiedenis
( [1] ). Verzoekster tot cassatie is derhalve tijdig in cassatie gekomen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Parket bij de Hoge Raad
Verzoekster, geboren in Colombia en sinds 2002 in Nederland woonachtig, vroeg in 2012 toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een schuldenlast van ruim €20.000, waaronder een huurschuld en een schuld voor huishoudelijke apparaten. Zowel de rechtbank Rotterdam als het hof Den Haag wezen het verzoek af omdat verzoekster onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij te goeder trouw was bij het aangaan en het niet betalen van de schulden. Tevens was onvoldoende aannemelijk dat zij haar verplichtingen uit de regeling zou kunnen nakomen, mede vanwege gezondheidsklachten en onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal.
Verzoekster kwam in cassatie tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar verplichtingen zelfstandig kan nakomen, en dat zij onvoldoende voorzieningen heeft getroffen voor noodzakelijke hulp. Het hof stelde niet dat zelfstandige nakoming vereist is, maar dat hulp nodig is en dat die hulp onvoldoende is geregeld. De overige cassatiemiddelen zijn niet van belang omdat het oordeel van het hof op deze grond standhoudt.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof dat het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling afwijst. Dit arrest is in overeenstemming met eerdere rechtspraak en de wettelijke bepalingen omtrent de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof dat het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling afwijst, blijft in stand.