Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten
3.Het geding tot het tweede beroep in cassatie
4.Het geding in cassatie
5.Douanetarief en nomenclatuur
de GN‑toelichtingen, die niet in de plaats van die op het GS komen, maar als een aanvulling daarop moeten worden beschouwd en samen daarmee moeten worden geraadpleegd, in overeenstemming moet zijn met de GN‑bepalingen en de draagwijdte daarvan niet mag wijzigen (arrest van 14 april 2011, British Sky Broadcasting Group en Pace, C‑288/09 en C‑289/09, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 64).”
machtigt haar evenwel niet om de inhoud van de tariefposten te wijzigen die zijn vastgesteld op basis van het bij het Internationale Verdrag ingevoerde geharmoniseerde systeem,ten aanzien waarvan de Gemeenschap zich bij artikel 3 van Pro dit verdrag heeft verbonden om de draagwijdte van de posten niet te wijzigen (zie arrest van 14 december 1995, Frankrijk/Commissie, C-267/94, Jurispr. blz. I-4845, punten 19 en 20).”
6.Indeling: Algemene interpretatieregels
de door de Commissie met betrekking tot de GN en de door de Werelddouaneorganisatie met betrekking tot het GS uitgewerkte toelichtingen, hoewel rechtens niet bindend, belangrijke hulpmiddelen zijnbij de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende tariefposten (zie arresten van 16 juni 1994, Develop Dr. Eisbein, C‑35/93, Jurispr. blz. I‑2655, punt 21; 11 januari 2007, B.A.S. Trucks, C‑400/05, Jurispr. blz. I‑311, punt 28, en 27 november 2008, Metherma, C‑403/07, Jurispr. blz. I‑8921, punt 48).”
het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de regel moet worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan, zoals deze in de bewoordingen van de posten van de GN en in de aantekeningen op de afdeling of het hoofdstuk zijn omschreven(zie met name arresten van 19 oktober 2000, Peacock, C-339/98, Jurispr. blz. I-8947, punt 9, en 14 juli 2011, Paderborner Brauerei Haus Cramer, C-196/10, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 31).”
hoofdzakelijk bestemd voorpersonenvervoer’ (de cursivering is van mijn hand). Deze tariefpost stond centraal in het arrest van het HvJ van 6 december 2007, Van Landeghem, C-486/06 (over de indeling van pick-up trucks). [30] In de bewoordingen van deze tariefpost is de bestemming van het daarin omschreven goed uitdrukkelijk begrepen: de auto moet bedoeld zijn voor personenvervoer. Dat betekent dat een auto, om onder die tariefpost te kunnen vallen, zal moeten beschikken over (de) objectieve kenmerken en eigenschappen die eigen zijn aan een personenauto. Daarbij kan worden gedacht aan zaken als zitplaatsen, maar ook - vide het arrest Van Landeghem - aan de luxe van het interieur, aan een (ABS-)remsysteem en aan de luxe van de velgen.
hoofdzakelijkebestemming. [31]
gebruikwaarvoor een produkt
is bestemd, voor de tariefindeling ervan
slechts een rol kan spelen indien de omschrijving van de postof de hierop gegeven toelichting
dit criterium uitdrukkelijk vermeldt(…)”.
bestemming van het produkteen objectief indelingscriterium kan zijn
wanneer die bestemming inherent is aan het produkt; de
inherentie moet kunnen worden beoordeeld aan de hand van de objectieve kenmerken en eigenschappen van het produkt(…).” [34]
een print en een scanmodule dan wel een print, een scan en een computermodule,
op grond van punt 3, sub b, van de algemene regelsmoeten worden ingedeeld naar het goed dat uit deze twee of drie modules wordt aangewezen als zijnde
het goed waaraan de apparaten hun wezenlijk karakter ontlenen, indien dit kan worden bepaald. (…)”
7.Tariefposten 8471 en 9504 en indelingsgebakkelei over de PS2
– voor zover relevant – opgenomen.
nietonder tariefpost 9504 kan worden ingedeeld. De voor die indeling door de Commissie gehanteerde gronden waren naar het oordeel van het Gerecht (slechts) onjuist.
8.Indeling: de PS2 en de tariefposten 8471 en 9504
9.Het lot van het middel
samengesteld uit of met verschillende stoffen dan wel zijn vervaardigd door samenvoeging van verschillende goederen(…)’.
uitsluitend worden ingedeeld naar de stof of naar het goedwaaraan zij hun wezenlijk karakter ontlenen. De
regel bepaalt daarentegen niet dat mengsels of assortimenten mogen worden ingedeeld naar de functiewaaraan zij hun wezenlijk karakter ontlenen.”