ECLI:NL:PHR:2011:BO6782
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Indeling van kinderslaapzakken in douanetarief: kleding of bedartikel
Belanghebbende verzocht om bindende tariefinlichting (bti) voor kinderslaapzakken, verdeeld in een babymodel en een jonge kindermodel, ingedeeld als slaapzakken onder post 9404 30 00 van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN). De Inspecteur classificeerde deze producten echter als kleding: het babymodel onder 6209 20 00 en het jonge kindermodel onder 6211 42 90.
De Rechtbank Haarlem en het Hof Amsterdam bevestigden deze indeling, waarbij zij oordeelden dat de slaapzakken door hun snit, armsgaten, mouwen en sluitingen kenmerken van kleding vertonen. De Hoge Raad overwoog dat het beslissende criterium voor tariefindeling de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product zijn, zoals omschreven in de GN en bijbehorende aantekeningen. De bestemming van het product kan een rol spelen, maar alleen indien deze inherent is aan de objectieve kenmerken.
De Hoge Raad stelde vast dat de kinderslaapzakken niet als bedartikelen kunnen worden aangemerkt, ondanks dat ze bedoeld zijn om veilig in te slapen. De aanwezigheid van armsgaten, mouwen en bevestigingsmogelijkheden voor autostoelriemen wijst op kleding met bewegingsvrijheid. De gewijzigde GN-toelichting en indelingsverordening, die trappelzakken expliciet als kleding aanwijzen, zijn niet met terugwerkende kracht van toepassing. De Hoge Raad concludeert dat de slaapzakken terecht zijn ingedeeld onder de genoemde kledingposten en verklaart het cassatieberoep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de indeling van de kinderslaapzakken als kleding bevestigd.