ECLI:NL:PHR:2013:171
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling woningbegrip en woondoeleinden voor gebruikersbelasting in verzorgings- en verpleeghuizen
Deze zaak betreft het beroep in cassatie van het dagelijks bestuur van Samenwerkingsverband Belastingen en Waardering (SaBeWa) en het incidentele beroep van Stichting X tegen het arrest van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 20 juni 2012. Centraal staat de vraag of bepaalde delen van verzorgings- en verpleeghuizen in hoofdzaak tot woning dienen of in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden in de zin van artikel 220e Gemeentewet, hetgeen gevolgen heeft voor de heffingsgrondslag van de gebruikersbelasting.
De feiten betreffen twee onroerende zaken, aangeduid als [A] en [B], gebruikt als groepswoningen en verpleeghuisrespectievelijk. Het hof oordeelde dat de patiëntenkamers en gemeenschappelijke ruimten als woondelen vrijgesteld konden worden van de gebruikersbelasting. SaBeWa betwistte dit oordeel en stelde dat verpleeghuizen niet als woningen kunnen worden aangemerkt en dat het hof onvoldoende gemotiveerd had waarom bepaalde ruimten als woning zouden gelden.
De Advocaat-Generaal (A-G) concludeert dat wonen kan worden aangenomen indien bewoners duurzaam verblijven en minimaal beschikken over basisvoorzieningen, ook in een verpleeghuis. Het hof heeft echter onvoldoende gemotiveerd waarom de patiëntenkamers en gemeenschappelijke ruimten als woning gelden, met name omdat de intensiteit van de zorg en het onvrijwillig delen van kamers niet voldoende zijn meegewogen. Tevens is het oordeel van het hof over de waardering van vrijgestelde vierkante meters niet correct toegepast.
De A-G adviseert het cassatieberoep van SaBeWa en het incidentele beroep van Stichting X gegrond te verklaren, het arrest van het hof te vernietigen en de zaak terug te verwijzen voor hernieuwde beoordeling. Tevens wordt gewezen op de noodzaak om de onbebouwde grond proportioneel toe te rekenen aan woondoeleinden.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond, vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.