ECLI:NL:PHR:2013:1799
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens termijnoverschrijding
Het gerechtshof te ‘s-Gravenhage heeft verdachte veroordeeld voor poging tot diefstal met braak, eenvoudige belediging van een ambtenaar tijdens diens bediening, meervoudige mishandeling en het opgeven van een valse voornaam aan het bevoegd gezag. Tegen dit arrest heeft verdachte cassatieberoep ingesteld.
De aanzegging van het cassatieberoep vond plaats op 16 oktober 2012, waarna de termijn voor het indienen van de middelen van cassatie op 17 december 2012 afliep. Er is echter geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnen deze termijn ingediend door een raadsman.
Op grond van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering kan de Hoge Raad verdachte daarom niet in zijn cassatieberoep ontvangen. De Procureur-Generaal concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het cassatieberoep.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van de middelen van cassatie.