Conclusie
1.De feiten en het procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
ambtshalveDekra niet-ontvankelijk behoren te verklaren in haar hoger beroep omdat zij [B] niet mede heeft gedagvaard. Ter toelichting op deze, op het eerste gezicht opmerkelijke [4] klacht heeft [eiseres] aangevoerd dat het antwoord op de vraag of Dekra heeft gehandeld in strijd met hetgeen een redelijk bekwaam en redelijk handelend taxateur betaamt, processueel ondeelbaar is. Volgens de toelichting op deze klacht moet het oordeel gelijk luiden in de beide samenhangende rechtsverhoudingen (te weten: de rechtsverhouding tussen Dekra en [eiseres] en de rechtsverhouding tussen Dekra en [B]).
exceptio plurium litis consortiumwaarop het middelonderdeel kennelijk het oog heeft, beschouwd wordt als een principaal verweer. Dit houdt in dat de rechter een niet-ontvankelijkheid op deze grond niet mag uitspreken zonder dat daarop een beroep is gedaan. Voor een uitzondering op deze regel op de grond dat het vonnis anders niet ten uitvoer te leggen zou zijn, zie ik geen grond. Executieproblemen als gevolg van tegenstrijdige beslissingen zijn in dit geval niet te verwachten; dat was ook niet gesteld. De klacht onder a faalt.