AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Aansprakelijkheid taxateur jegens opvolgend koper bij onzorgvuldige taxatie betonmixers
In deze zaak draait het om de vraag of Dekra Nederland B.V., als taxateur van betonmixers, onrechtmatig heeft gehandeld jegens een opvolgend koper, [eiseres], terwijl zij geen contractuele relatie met deze partij had. Dekra had in opdracht van [A] B.V. en later [B] B.V. betonmixers getaxeerd, waarvan de waarde door [eiseres] werd betwist.
De rechtbank oordeelde dat Dekra onzorgvuldig had gehandeld jegens zowel [B] als [eiseres], en kende schadevergoeding toe aan [eiseres]. Het hof vernietigde dit vonnis en wees de vordering van [eiseres] af, stellende dat Dekra niet bekend was met de belangen van [eiseres] en dat zij niet mocht vertrouwen op bescherming van haar belangen als derde.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat de zorgvuldigheidsnorm die geldt voor een redelijk bekwaam en redelijk handelend taxateur jegens zijn opdrachtgever niet zonder meer strekt ter bescherming van derden zoals een opvolgend koper. De Hoge Raad wijst erop dat de aansprakelijkheid jegens derden afhankelijk is van de mate van betrokkenheid en kennis van de taxateur omtrent de belangen van die derden. Het bewijsaanbod van [eiseres] werd terecht gepasseerd omdat onvoldoende was gesteld dat Dekra voldoende specifieke informatie had om rekening te houden met de belangen van [eiseres].
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee dat Dekra niet aansprakelijk is jegens [eiseres] voor de door haar gestelde schade voortvloeiend uit de taxatie van de betonmixers.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat Dekra niet aansprakelijk is jegens de opvolgend koper voor onzorgvuldige taxatie.
Voetnoten
1.Het laatste is gedateerd 21 juni 2006 en de overige zes op 17 juni 2006.
2.Noot A-G: HR 30 september 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1460, NJ 1996/196 is een van de beslissingen over het verhaal van bodemsaneringskosten. De rechtbank heeft vermoedelijk het oog op rov. 3.8.4, waarin het ging om de vraag of degene die zich van afvalstof had ontdaan heeft gehandeld in strijd met ongeschreven zorgvuldigheidsnormen. De Hoge Raad overwoog onder meer: “Of van zodanig handelen sprake is, hangt − in abstracto − daarvan af of de dader anders heeft gehandeld dan hij had moeten doen teneinde geen schade toe te brengen aan een bepaald belang van een ander dat hij had behoren te ontzien, waartoe dan ook mede is vereist dat hij dat belang kende of had behoren te kennen. (…)”. 3.In het debat in cassatie gaan beide partijen ervan uit dat het hof zich in deze rechtsoverweging heeft laten inspireren door HR 24 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO9069, NJ 2008/587 m.nt. C.E. du Perron. Zie nadien nog: HR 20 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT7496, NJ 2012/59. 4.In de zaak tussen [B] en Dekra was Dekra door de rechtbank in het gelijk gesteld (de vordering van [B] was afgewezen), zodat Dekra in die zaak geen belang had om tegen het vonnis in beroep te gaan.
5.H.J. Snijders en A. Wendels, Civiel appel, 2003, nr. 107; Asser Procesrecht/Van Schaick, 2011, nr. 35; Asser Procesrecht/Bakels, Hammerstein en Wesseling-van Gent, 2012, nrs. 47 en 199. Zie uitgebreid over dit onderwerp: G.J. Harryvan, Exceptio plurium litis consortium, 2012.
7.Zie alinea 1.6 hiervoor.
9.HR 24 september 2004, ECLI:NL:HR2004:AO9069, NJ 2008/587, reeds aangehaald.
10.Met andere woorden: of Dekra de zorgvuldigheid van een redelijk bekwaam en redelijk handelend taxateur in acht heeft genomen.
11.Zie de eerste volzin van rov. 4.7.1, geciteerd in alinea 1.8 hiervoor.
12.Ik heb het dan nog niet gehad over de verschillende economische grondslagen waarop een taxatie kan plaatsvinden. Het gebruik van het taxatieresultaat door een ander dan de opdrachtgever kan geschieden met een ander doel of in een andere context.
13.Zo is in de onderhavige zaak in discussie of Dekra in de uitvoering van de taxatieopdracht werd beperkt door de haast die de opdrachtgever met de taxatie had: zie rov. 4.7.2.
14.In de door [eiseres] in de cassatiedagvaarding (blz. 13) genoemde voorbeelden uit de jurisprudentie gaat het m.i. om dit type gevallen. Van de genoemde beslissingen van appelrechters betroffen Hof Arnhem 30 juni 2009 (ECLI:NL:GHARN:2009:BK4238, RAV 2009/95 m.nt. red.) en Hof Leeuwarden 25 juli 2007 (JOR 2008/257) de aansprakelijkheid voor een makelaar-taxateur jegens de hypotheeknemer voor een (opzettelijk) onjuiste taxatie. In Hof Arnhem 30 juni 2005 (ECLI:NL:GHARN:2005:AU7028, BR 2006/262 m.nt. J.W. van Zundert) werd vastgesteld dat de betrokken makelaar moest hebben begrepen dat de taxatie bestemd was om te worden gebruikt in de procedure tot vaststelling van de planschade. 15.Zie Asser/Hartkamp en Sieburgh 6-IV, 2011, nr. 67.
16.Vgl. de s.t. namens Dekra, punt 20, respectievelijk de cassatierepliek, punt 7.
17.Zie onder meer: inl. dagv. onder 37: “De taxatie geschiedde in het kader van een contractuele relatie en zou voor partijen bindend zijn”.
18.Vgl. MvG, punten 39, 40 en 59-63.
19.Cassatiedagvaarding blz. 17.