Uitspraak
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Edah B.V., gevestigd te Helmond,
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Sellers & Sellers B.V., gevestigd te Tilburg, verweersters in cassatie, incidenteel eiseressen, vertegenwoordigd door Mr. L.D. Pels Rijcken, eveneens advocaat bij de Hoge Raad;
a. ABP is eigenaresse van een aantal winkelpanden met bovengelegen ruimten, te zamen bekend als het zogenaamde “J-blok”, gelegen in het winkelcentrum “In de Boogaard” te Rijswijk (Z.H.);
c. Modern exploiteert in het perceel J 58 een detailhandelszaak in electrische en electronische apparaten en aanverwante artikelen, met name in radio, televisie, grammofoonplaten, electrische huishoudelijke apparaten, hifi-installaties en alles wat met een en ander samenhangt;
e. ABP heeft het voornoemde J-blok in eigendom verworven van de Nederlandsche Grondbriefbank N.V. blijkens akte verleden voor [de notaris] te [plaats] op 22 december 1967;
f. ABP heeft zich bij voormelde akte van 22 december 1967 in artikel 12 jegens Pro de Nederlandsche Grondbriefbank als volgt verbonden:
“Koper zal geen winkels of bedrijfsruimten mogen verhuren, waarin één der navolgende branches worden uitgeoefend: drogisterij, parfumerie, electrische apparaten, keukeninstallaties, grammofoonplaten, schoenen, sportartikelen, tabaksartikelen, slagerij en zelfwas, evenwel met dien verstande dat, indien één of meer der genoemde branches niet meer in het winkelcentrum is vertegenwoordigd bedoeld verbod niet geldt”;
h. bij akte van 17 april 1975 hebben de onder g bedoelde partijen de onder g bedoelde akte nog aangevuld;
i. Edah heeft van ABP omstreeks eind november 1973 de van het J-blok deel uitmakende percelen J 14-J 24 gehuurd, en is daarbij de opvolgster van de Coöp. “de Volharding” die Edah had overgenomen;
J. de tussen ABP en Edah gesloten huurovereenkomst houdt onder meer de bepaling in dat het door Edah gehuurde uitsluitend mag worden gebruikt als “Supermarkt bestemd voor de verkoop van alle artikelen welke thans onder dit begrip vallen of in de toekomst daaronder zullen vallen”;
k. sedert 30 april 1977 wordt in een deel van het door Edah gehuurde onder de benaming “Kijkshop Groothandelsbeurs voor Particulieren” een detailhandel geexploiteerd waarin een deel van het assortiment wordt gevormd door de artikelenreeks, welke ook door Modern wordt gevoerd en als omschreven onder c;
l. ABP heeft hiertegen bezwaar gemaakt, maar op 7 juni 1977 tegen Edah c.s. gezegd in overweging te willen nemen de bestaande toestand te sanctioneren, indien de Stichting een verklaring zou afgeven, dat de Stichting geen bezwaar zou hebben tegen de vestiging van een Kijkshop in het door Edah van ABP gehuurde perceel;
m. eind juni heeft omtrent het onder 1 bedoelde een gesprek plaatsgevonden tussen de Stichting en Edah c.s.; de Stichting heeft daarbij de gevraagde verklaring niet gegeven, doch in tegendeel kenbaar gemaakt, dat zij tegen vestiging van een Kijkshop ernstige bezwaren had;
a. Edah c.s. betwisten de rechtsgeldigheid van de cessie van 16 november 1973, alsmede dat ABP jegens de Stichting verplicht is zich te onthouden van verhuur van ruimten, waarin een der branches als omschreven onder 1 f wordt uitgeoefend;
b. Edah c.s. betwisten verder dat Edah haar percelen uitsluitend als supermarkt heeft gehuurd, dan wel dat een van een supermarkt afwijkend assortiment of detailhandel wordt gevoerd;
c. Edah c.s. betwisten voorts dat er tussen Edah en Sellers sprake is van onderverhuur zoals door Modern gesteld, dat zulks wanprestatie van Edah jegens ABP zou zijn, dan wel dat Sellers van die wanprestatie gebruik zou maken en aldus onrechtmatig zou handelen;
“Door de wanprestatie van Edah werd immers de mogelijkheid geschapen tot exploitatie van een detailhandelszaak als de Kijkshop in het winkelcentrum, waartoe zonder die wanprestatie de mogelijkheid niet bestaan zou hebben, terwijl door het handelen van Edah (en/of Sellers) een feitelijke situatie in het leven werd geroepen, die volstrekt strijdig is met een beding, dat uit haar aard mede strekt tot bescherming van de rechtmatige belangen van derden zoals in casu Modern.
Dit is in strijd met de tekst van het beding, waaraan ABP jegens de Stichting is gebonden. ABP is derhalve jegens de Stichting gehouden aan de exploitatie van de Kijkshop een einde te maken en door zulks na te laten pleegt zij ten opzichte van de Stichting wanprestatie. Edah en Sellers profiteren daarvan. Juist nu het beding uit haar aard en zelfs bij uitstek dient ter bescherming van de rechtmatige belangen van Modern is het optreden van de drie gedaagden jegens haar onrechtmatig”.
Door deze grief niet in behandeling te nemen en daaraan zonder motivering voorbij te gaan heeft het Hof zijn taak als appelrechter miskend en zijn arrest niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
Op grond van het voorgaande dient ’s Hofs arrest te worden vernietigd en verwijzing te volgen.
In het incidentele beroep:
Aldus gedaan door Mrs. Ras, Vice-President, Drion, Snijders, Haardt en Martens, Raden, en door Mr. Drion voornoemd uitgesproken te openbare terechtzitting van de twaalfde oktober 1900 negenenzeventig, in tegenwoordigheid van de Advocaat-Generaal Franx.