Conclusie
www.politie.nlis afgehaald.
Parket bij de Hoge Raad
Op 4 december 2011 vonden in en rond stadion De Galgenwaard te Utrecht ongeregeldheden plaats tijdens een voetbalwedstrijd tussen FC Utrecht en FC Twente. Verdachte werd veroordeeld voor openlijk in vereniging geweld plegen. In cassatie werd betwist of het tonen van camerabeelden van verdachte op internet rechtmatig was, waarbij werd aangevoerd dat hiervoor geen wettelijke grondslag bestond en dat het tonen onrechtmatig was.
De Hoge Raad oordeelde dat de wettelijke grondslag voor het tonen van beelden op internet kan worden gevonden in artikel 2 van Pro de Politiewet 1993 in samenhang met de artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering. Het Hof had bovendien geoordeeld dat het middel proportioneel was ingezet, gelet op de ernst van de feiten, de maatschappelijke verontwaardiging, het ontbreken van andere opsporingsmiddelen en de noodzaak tot snelle identificatie.
De Hoge Raad verwierp het verweer dat het tonen van beelden onrechtmatig was en dat dit tot bewijsuitsluiting moest leiden. Ook werd vastgesteld dat de inzet van opsporingsberichtgeving via internet binnen de kaders van proportionaliteit en subsidiariteit viel. De zaak benadrukt de afweging tussen strafrechtelijke handhaving en bescherming van de persoonlijke levenssfeer bij het gebruik van opsporingsberichtgeving.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het tonen van camerabeelden van verdachte op internet was rechtmatig en proportioneel.