ECLI:NL:PHR:2013:2125
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid van opsporingsberichtgeving via internet na voetbalrellen
In deze zaak oordeelt de Hoge Raad over de rechtmatigheid van opsporingsberichtgeving via internet na ongeregeldheden tijdens een voetbalwedstrijd tussen FC Utrecht en FC Twente op 4 december 2011. Verdachte was door het Hof Arnhem veroordeeld wegens openlijk geweld, waarbij beelden van hem op internet waren verspreid om hem te identificeren.
De verdediging stelde dat het tonen van deze beelden onrechtmatig was en geen wettelijke grondslag had, waardoor bewijsuitsluiting en vrijspraak zouden moeten volgen. De Hoge Raad bevestigt echter dat artikel 2 van Pro de Politiewet 1993 in samenhang met artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering een toereikende wettelijke basis vormen voor deze vorm van opsporingsberichtgeving.
Verder acht de Hoge Raad het gebruik van deze beelden proportioneel gezien de ernst van de feiten, de maatschappelijke verontwaardiging, het agressieve gedrag tegen politie en stewards, en het ontbreken van andere effectieve opsporingsmiddelen. De Hoge Raad wijst ook op de Aanwijzing Opsporingsberichtgeving van het Openbaar Ministerie als normenkader.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de rechtmatigheid van het opsporingsmiddel en de bewijsvoering in deze zaak.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de inzet van opsporingsberichtgeving via internet was rechtmatig en proportioneel.