Conclusie
bij de Hoge Raad der Nederlanden
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die door het Gerechtshof Amsterdam is veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden wegens het als vreemdeling verblijven in Nederland terwijl hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen de strafoplegging. De Hoge Raad verwijst naar eerdere rechtspraak waarin is vastgesteld dat de strafoplegging op grond van artikel 197 (oud) Sr in overeenstemming moet zijn met de Europese terugkeerrichtlijn 2008/115/EG.
Deze richtlijn vereist dat de terugkeerprocedure volledig is doorlopen voordat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf kan worden opgelegd. In de onderhavige zaak heeft het hof echter niet vastgesteld dat deze procedure is gevolgd. Hierdoor is de strafoplegging in strijd met de richtlijn en kan deze niet in stand blijven.
De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest voor wat betreft de strafoplegging en beveelt dat het hoger beroep hierover opnieuw wordt behandeld. Tevens merkt de Hoge Raad op dat de uitspraak pas na meer dan twee jaar cassatieberoep wordt gedaan. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling van de strafoplegging met inachtneming van de terugkeerrichtlijn.
Uitkomst: De strafoplegging wordt vernietigd omdat het hof niet heeft vastgesteld dat de terugkeerprocedure is doorlopen, waarna de zaak opnieuw moet worden behandeld.