ECLI:NL:PHR:2013:2215
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt strafoplegging wegens niet doorlopen terugkeerprocedure bij ongewenstverklaring vreemdeling
In deze zaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem, waarin hij werd veroordeeld tot vier weken gevangenisstraf wegens diefstal en illegaal verblijf als ongewenst verklaarde vreemdeling. Het middel klaagde dat het hof onvoldoende had onderzocht of de terugkeerrichtlijn (2008/115/EG) correct was toegepast, met name of de stappen van de terugkeerprocedure waren doorlopen.
De verdediging stelde dat de beschikking tot ongewenstverklaring van rechtswege was komen te vervallen vanwege strijd met de terugkeerrichtlijn, waardoor de verdachte ten tijde van het feit niet als ongewenst verklaard kon worden aangemerkt. Het hof verwierp dit verweer zonder nadere motivering.
De Hoge Raad stelt voorop dat het hof zich had moeten vergewissen van de doorloop van de terugkeerprocedure. Omdat dit niet is gebeurd, wordt het bestreden arrest vernietigd voor zover het de strafoplegging betreft. Tevens verwijst de Hoge Raad naar eerdere arresten waarin is bepaald dat een ongewenstverklaring niet automatisch haar rechtskracht verliest door de inwerkingtreding van de terugkeerrichtlijn of het verstrijken van implementatietermijnen.
De conclusie van de procureur-generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep, maar de Hoge Raad acht vernietiging van het arrest op het punt van strafoplegging noodzakelijk.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het de strafoplegging betreft wegens het niet verifiëren van de doorloop van de terugkeerprocedure.