ECLI:NL:PHR:2013:2224
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling illegaal verblijf ondanks beroep op overmacht wegens onmogelijkheid terugkeer
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens illegaal verblijf in Nederland terwijl hij wist dat hij tot ongewenste vreemdeling was verklaard. De verdediging voerde in hoger beroep aan dat sprake was van overmacht in de zin van noodtoestand, omdat de verdachte geen reëel zicht had op terugkeer naar China vanwege het ontbreken van medewerking van de Chinese autoriteiten.
Het hof verwierp dit verweer omdat de verdachte onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij ondanks serieuze inspanningen niet in staat was Nederland te verlaten. De verdachte had slechts één poging ondernomen om een paspoort te verkrijgen en daarna geen verdere stappen gezet om terug te keren. Dit oordeel berustte op feitelijke waardering die in cassatie niet met succes kon worden aangevochten.
De Hoge Raad bevestigde dat op een ongewenst verklaarde vreemdeling de verplichting rust om zelfstandig Nederland te verlaten en dat een beroep op overmacht alleen slaagt indien wordt aangetoond dat het vertrek buiten schuld onmogelijk is. Het cassatieberoep werd verworpen omdat de verdediging onvoldoende concrete inspanningen kon aantonen. De Hoge Raad vernietigde het arrest alleen voor wat betreft de strafoplegging vanwege procedurele tekortkomingen in de terugkeerprocedure, maar liet de veroordeling in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling wegens illegaal verblijf ondanks het beroep op overmacht.