Conclusie
4.Het eerste en het derde middel
5.Het tweede middel
verdachteheeft ter terechtzitting van het hof, zakelijk weergegeven, verklaard:
[betrokkene 1] (blz. 50 t/m 52):
Overweging met betrekking tot de voorbedachte rade
Parket bij de Hoge Raad
Het hof Arnhem heeft verdachte veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens poging tot moord op 29 januari 2011 in café Kronenhuis te Winterswijk. De verdachte had na een woordenwisseling met het slachtoffer een pistool gepakt, geladen en gericht op het slachtoffer geschoten. Het hof achtte bewezen dat verdachte met voorbedachte raad handelde, omdat hij zich had kunnen beraden vanaf het moment dat hij het pistool had doorgeladen.
Namens verdachte werd cassatieberoep ingesteld met drie middelen, waarvan het tweede middel slaagt. De Hoge Raad overweegt dat de motivering van het hof onvoldoende is, omdat de gelegenheid tot beraad zeer kort was en verdachte woedend was, wat een gemoedsgesteldheid kan zijn die bezinning in de weg staat. De Hoge Raad herhaalt de criteria uit eerdere jurisprudentie dat voorbedachte raad vereist dat verdachte zich daadwerkelijk heeft kunnen beraden over de gevolgen van zijn daad.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor een nieuwe beoordeling met een betere motivering over de voorbedachte raad. De overige middelen worden verworpen. De zaak betreft een complexe afweging van feiten en omstandigheden rond het tijdsbestek, de gemoedstoestand en gedragingen van verdachte voorafgaand aan het schieten.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de bewezenverklaring voorbedachte raad.