ECLI:NL:PHR:2013:2401
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering betalingsverplichting ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens termijnoverschrijding
Het Gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest van 16 november 2011 aan de betrokkene een betalingsverplichting van €44.936,34 opgelegd ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit handel in cocaïne in de periode juni 2006 tot juni 2007.
De betrokkene stelde in cassatie dat het hof onjuiste en ontoereikende gronden had gebruikt voor de berekening van het ontnemingsbedrag, onder meer vanwege een onredelijke schatting van gokinkomsten en mogelijke dubbeltellingen. De Hoge Raad overweegt dat de gebruikte kasopstellingsmethode geoorloofd is en dat de schatting van €200 per maand aan gokinkomsten niet onbegrijpelijk is, maar constateert een kennelijke misslag in de periode waarover deze gokinkomsten zijn verrekend.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de hoogte van het bedrag en vermindert de betalingsverplichting met €1.400, als correctie voor de gokinkomsten over de resterende periode. Voor het overige wordt het beroep verworpen. Tevens wordt vastgesteld dat de redelijke termijn is overschreden, hetgeen ook tot vermindering leidt.
Uitkomst: De betalingsverplichting tot ontneming wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn en correctie van de gokinkomsten.