1. Bij arrest van 19 augustus 2011 is de verdachte door het Gerechtshof 's-Gravenhage wegens
1.medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd, en
2. primair, tweede alternatief/cumulatiefwitwassen veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden. Voorts zijn een auto en een geldbedrag van € 8.075,36 verbeurd verklaard.
2. Deze zaak hangt samen met de zaken onder de nummers 12/00389 en 12/00390, waarin ik vandaag eveneens conclusie neem.
3. Namens de verdachte heeft mr P. Scholte, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgedragen.
4. Het
eerstemiddel bevat de klacht dat 's Hofs verwerping van het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie niet begrijpelijk is.
5. De schriftuur citeert – inclusief de voetnoten -met juistheidhetgeen het Hof als verweer van de raadsman en als beslissing daarop heeft verwoord.
6. Daaraan wordt in punt 3 van de toelichting de nadere klacht verbonden dat de enkele vaststelling dat in de familie [...] ook wisseling in de tenaamstelling had plaats gevonden bij een auto (Audi A4, type 8H cabriolet) en dat in een periode van 24 maanden meermalen werd gezien dat de verdachte als bestuurder van die auto optrad, onvoldoende is om te kunnen spreken van een redelijk vermoeden van schuld. Vandaar de onbegrijpelijkheid van 's Hofs beslissing.
7. Wat de merites van de redelijkheid van de verdenking ter zake van witwassen in dit geval ook mogen zijn: tot niet-ontvankelijkheid kan het verweer niet leiden aangezien het door het Hof vastgestelde optreden van de politie valt buiten het zogenoemde Zwolsmancriterium. Hooguit zou sprake kunnen zijn van bewijsuitsluiting, maar ook dan zou ik het in de juiste sleutel gezette verweer weinig kans van slagen geven. Zie Spronken in T&C Sv, aant. 5-7 op art. 27.
8. Het middel faalt.
9. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende overweging. Een andere ambtshalve grond dan de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase waardoor Uw Raad de aangevallen beslissing zou moeten vernietigen heb ik niet aangetroffen.
10. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, maar alleen ten aanzien van de straf, tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf en tot verwerping van het beroep voor het overige.