Conclusie
Het middel
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te ’s-Gravenhage dat het vonnis van de Rechtbank bevestigde waarin verdachte werd veroordeeld wegens poging tot diefstal met braak en een overtreding van de Opiumwet. Het hof bevestigde tevens de toewijzing van een schadevergoedingsvordering van de benadeelde partij en legde een schadevergoedingsmaatregel op.
Tijdens de terechtzitting in hoger beroep bleek dat de door de benadeelde partij geleden schade volledig was vergoed door haar verzekeringsmaatschappij, waardoor de vordering in hoger beroep niet meer aan de orde was. Desondanks bevestigde het hof onterecht de beslissing van de rechtbank met betrekking tot deze vordering en de daaraan gekoppelde schadevergoedingsmaatregel.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof het vonnis van de rechtbank had moeten bevestigen met uitzondering van de beslissing over de schadevergoedingsvordering. Tevens acht de Hoge Raad de schadevergoedingsmaatregel zinledig geworden omdat de schade reeds was vergoed. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het deze beslissingen bevestigt en het vonnis van de rechtbank in die onderdelen. Het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het de schadevergoedingsvordering en maatregel bevestigt; deze beslissingen worden opgeheven.