ECLI:NL:PHR:2013:6
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens ontbreken van grieven en niet verschijnen op rolzitting
In deze zaak is verdachte in eerste aanleg veroordeeld voor mishandeling en eenvoudige belediging van een ambtenaar. Het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch verklaarde verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, omdat verdachte geen schriftelijke grieven had ingediend en noch mondeling bezwaren had opgegeven tijdens de rolzitting, waarop verdachte en zijn raadsman niet waren verschenen.
De Hoge Raad overweegt dat de rolzitting een formele zitting is waarbij de zaak wordt uitgeroepen, maar geen inhoudelijke behandeling plaatsvindt. De aanwezigheid van verdachte en zijn raadsman is in beginsel niet noodzakelijk. Het hof heeft ten onrechte geoordeeld dat verdachte geen bezwaren had opgegeven, terwijl het pas op een latere zitting mogelijk is om bezwaren te uiten.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het hof voor een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep. Het hof heeft onjuist aangenomen dat artikel 416 lid 2 Sv Pro het bepaalde in lid 1 kan opzijzetten. De verdachte moet de gelegenheid krijgen om op de inhoudelijke zitting zijn bezwaren tegen het vonnis op te geven.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.