ECLI:NL:PHR:2013:765
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitstel van winstneming van tijdelijk omzetbelastingvoordeel volgens goed koopmansgebruik
Belanghebbende, een taxateur en handelaar in moderne en hedendaagse kunst, maakte gebruik van de globalisatieregeling voor de omzetbelasting over de jaren 2005 en 2006. Na vermindering van de aanslagen op bezwaar verklaarde de rechtbank het beroep van belanghebbende gegrond en verminderde de aanslagen. De inspecteur stelde hoger beroep in, waarna het gerechtshof Amsterdam de uitspraak van de rechtbank vernietigde en het beroep ongegrond verklaarde. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of goed koopmansgebruik toelaat dat winstneming van het tijdelijke omzetbelastingvoordeel dat ontstaat door toepassing van de globalisatieregeling, wordt uitgesteld. Belanghebbende betoogt dat het voordeel niet tot de winst behoort in het jaar van inkoop omdat er een evenredig nadeel in latere jaren tegenover staat, en dat de omzetbelasting moet worden toegerekend aan de jaren waarin de verkopen plaatsvinden.
De Hoge Raad overweegt uitgebreid over de werking van de globalisatieregeling, de toepassing van goed koopmansgebruik, en het realisatie- en matchingbeginsel. De conclusie is dat het tijdelijke voordeel dat ontstaat door de globalisatieregeling niet in het jaar van inkoop tot de winst behoort, maar dat het uitstel van winstneming gerechtvaardigd is omdat het voordeel wordt gecompenseerd door een toekomstig nadeel. Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard en het arrest van het hof vernietigd.
Daarnaast behandelt de Hoge Raad het gelijkheidsbeginsel en oordeelt dat het bewijsaanbod van belanghebbende niet tot cassatie kan leiden omdat vergelijkbare gevallen binnen hetzelfde managementteam van de Belastingdienst niet zijn aangetoond.
De uitspraak bevat een uitgebreide bespreking van relevante wetgeving, jurisprudentie en literatuur over de globalisatieregeling, goed koopmansgebruik en fiscale winstbepaling.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt gegrond verklaard en het arrest van het hof vernietigd wegens onjuiste toepassing van goed koopmansgebruik op het omzetbelastingvoordeel.