ECLI:NL:GHAMS:2012:BX7739
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Keuze globalisatieregeling omzetbelasting staat vorming winstuitstelpost niet toe
Belanghebbende, een taxateur in moderne en hedendaagse kunst, maakte gebruik van de globalisatieregeling voor de omzetbelasting sinds 1995. Hij vormde een voorziening op de balans voor toekomstige omzetbelasting die volgens hem verband hield met de toepassing van deze regeling.
De inspecteur stelde dat deze voorziening niet toegestaan was omdat de globalisatieregeling de omzetbelasting berekent over de winstmarge per tijdvak en niet per individueel goed, waardoor geen specifieke toekomstige verplichting voor omzetbelasting op de voorraad bestond. De rechtbank stelde belanghebbende in het gelijk, maar de inspecteur ging in hoger beroep.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het voordeel van de globalisatieregeling niet gekoppeld is aan specifieke goederen op voorraad, zodat het niet toegestaan is een passiefpost te vormen voor toekomstige omzetbelasting. Het temporele voordeel van de gekozen regeling behoort tot de winst van het jaar waarin het voordeel zich voordoet. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel door belanghebbende werd verworpen omdat geen sprake was van begunstigend beleid door de inspecteur.
De aanslagen inkomstenbelasting over 2005 en 2006 werden bevestigd zoals door de inspecteur vastgesteld, en het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het Hof verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigt de aanslagen inkomstenbelasting over 2005 en 2006.