Conclusie
1.de maatschap Maatschap Aanleg, gevestigd te Utrecht,
[eiseres 2],wonende te [woonplaats],
[eiser 3],wonende te [woonplaats]
Dille & Kamille (Nederland) B.V.,
1.Feiten
2.Procesverloop
3.Bespreking van het middel
onderdeel I en subonderdeel I.1(p. 7-9 van de dagvaarding) kan uit rov. 4.2 worden afgeleid dat Aanleg twee gronden voor haar beroep op misbruik van omstandigheden heeft aangevoerd, namelijk (1) dat zij door Dille & Kamille op het verkeerde been is gezet ten aanzien van de ingangsdatum van de huur en (2) dat partijen reeds in juli 2005 overeenstemming hadden bereikt over de huurovereenkomst. Het middel gaat er vervolgens vanuit dat het hof blijkens rov. 4.2 (laatste volzin), 4.3 en 4.4 alleen de tweede grond heeft behandeld. Aangevoerd wordt dat het hof daarmee de eerste grond volledig onbesproken heeft gelaten, zodat zijn oordeel onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd is.
subonderdelen I.3, I.4 en I.5bouwen voort op het uitgangspunt van subonderdeel I.2, dat het hof de grief had moeten beoordelen op basis van de stelling dat Aanleg meende dat er overeenstemming bestond, en falen in het voetspoor van subonderdeel I.2. Wat betreft subonderdeel I.4 gaat het dan in de eerste plaats om de klacht dat het hof in rov. 4.4 niet heeft meegewogen, dat een partij die meent gebonden te zijn zich niet zal terugtrekken uit angst voor schadeplichtigheid, zodat Aanleg daarom geen verwijt kan worden gemaakt dat zij de in rov. 4.4 bedoelde andere optie heeft laten lopen (dagvaarding p. 11-12) of dat zij de overeenkomsten van 1 januari 2006 en 1 juli 2006 heeft getekend (dagvaarding p. 15).
subonderdeel I.4(dagvaarding, p. 12-13) een aantal stellingen naar voren gebracht op grond waarvan rov. 4.4 onbegrijpelijk en onjuist zou zijn, omdat uit die stellingen zou volgen dat Dille & Kamille misbruik heeft gemaakt van de afhankelijkheidspositie van Aanleg. Het gaat dan om de stellingen dat Dille & Kamille wist dat de verbouwing die Dille & Kamille aan het winkelpand wilde verrichten enkele maanden zou duren; dat Aanleg pas na deze verbouwing toegang zou krijgen tot de kelder; dat Dille & Kamille wist dat de gebruiksmogelijkheden van de kelder na de verbouwing onbekend waren en dat Dille & Kamille weet had van de haast van Aanleg om de kelder in gebruik te nemen. Met deze stellingen wordt, als ik goed begrijp, bedoeld te klagen dat Dille & Kamille tijdstippen aan Aanleg heeft voorgespiegeld (zoals in de e-mail van 7 juli 2005 dat Aanleg medio augustus de kelder kon betrekken), die niet te rijmen waren met de verbouwing door Dille & Kamille. Dille & Kamille had dus, toen zij van Aanleg vernam dat zij nog een andere optie had (zie de e-mail van 4 juli 2005), aan Aanleg moeten meedelen dat het nog enige tijd zou duren voordat Aanleg in de kelder kon intrekken, in plaats van mee te delen dat Aanleg de kelder kon betrekken medio augustus. Als Aanleg namelijk op de hoogte geweest was van de feitelijke stand van zaken, dan had zij niet verder onderhandeld met Dille & Kamille.
II.1 t/m II.1.6heeft het hof het grievenstelsel en de devolutieve werking miskend, althans zijn gedachtegang hieromtrent niet met redenen omkleed. Het middel voert daartoe het volgende aan.
.BTW) per kwartaal voor kelder 2 (subonderdeel II.1.4);
exclusiefBTW.
II.1 t/m II.1.6gaat naar mijn mening niet op.
subonderdeel II.2is het hof buiten het petitum is getreden door het bedrag van € 13.243,62 integraal toe te wijzen. Blijkens de specificatie bij conclusie van repliek omvat dit bedrag mede te weinig betaalde huur over de periode januari tot en met juni 2007 ten belope van € 3.974,60 (inclusief rente tot aan 31 december 2007 € 4.196,40). In het petitum dat is geformuleerd in de akte houdende wijziging van eis in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie, op p. 17, wordt echter − voor zover in cassatie van belang − uitsluitend betaling gevorderd van de huurprijs (ad € 6.868,83) per kwartaal met ingang van 1 juli 2007 (
subonderdelen II.2.1 en II.2.2).
subonderdeel II.2.3miskent dat het hof, anders dan de kantonrechter had gedaan, de verschuldigde kwartaalhuur niet vanaf 1 juli 2007 maar eerst vanaf 1 januari 2008 heeft toegewezen en voor 2007 een saldo van verschillende posten heeft toegewezen.
Subonderdeel II.2.4faalt in het verlengde van de vorige subonderdelen.
onderdeel IIIbouwt voort op de eerdere onderdelen en faalt daarom ook.