ECLI:NL:PHR:2013:898

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
20 augustus 2013
Publicatiedatum
8 oktober 2013
Zaaknummer
11/04271 P
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in cassatie bij betwisting profijtontneming

De economische kamer van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch wees bij arrest van 8 oktober 2011 de vordering tot betaling van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel af. Betrokkene stelde hiertegen beroep in cassatie in. De aanzegging op grond van artikel 435 Sv Pro werd op 6 augustus 2012 betekend aan een persoon die zich mondeling gemachtigde verklaarde.

De termijn van twee maanden voor het indienen van de cassatieschriftuur, zoals genoemd in artikel 437 Sv Pro, eindigde op 5 oktober 2012. Binnen deze termijn ontving de Hoge Raad geen schriftuur van betrokkene. Hierdoor werd betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep.

De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van betrokkene. Deze zaak hangt samen met andere zaken waarin soortgelijke conclusies zijn getrokken.

Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet indienen van cassatieschriftuur binnen de wettelijke termijn.

Conclusie

Nr. 11/04271 P
Mr. Machielse
Zitting 20 augustus 2013
Conclusie inzake:
[betrokkene] [1]
1. De economische kamer van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 8 oktober 2011 de vordering strekkende tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel, afgewezen.
2. Mr. R. Wouters, advocaat te Middelburg, heeft namens betrokkene beroep in cassatie ingesteld.
3. De aanzegging op de voet van het eerste lid van artikel 435 Sv Pro is na vergeefse uitreiking op het gba-adres op 6 augustus 2012 betekend aan een persoon die verklaarde mondeling gemachtigde te zijn. De in het tweede lid van artikel 437 Sv Pro genoemde termijn van twee maanden voor indiening van de cassatieschriftuur eindigde derhalve op 5 oktober 2012. Binnen deze termijn is geen schriftuur van verdachte ter administratie van de Hoge Raad ontvangen. Dit brengt mee dat verdachte niet kan worden ontvangen in het cassatieberoep.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

Voetnoten

1.Deze zaak hangt samen met nr. 11/04274/E ([medeverdachte 1]), nr. 11/04275/P ([medeverdachte 1]) en nr. 11/04273/E ([medeverdachte 2]) waarin ik ook vandaag concludeer.