Conclusie
[eiser],
Stichting Sité Woondiensten,
onderdeel 1het hof de reikwijdte van de in het petitum neergelegde vordering te hebben miskend, waardoor art. 6 EVRM Pro en art. 47 EU Pro Handvest zouden zijn geschonden. Nog daargelaten dat de klacht niet voldoet aan de bepaaldheidseisen van art. 407 lid 2 Rv Pro – niet wordt onderbouwd waarom deze bepalingen door de beslissing van het hof zijn geschonden [1] – mist de klacht feitelijke grondslag. Het middel stelt dat de vordering impliceert dat [eiser] al huurder was geworden, [2] maar uit de beschikbare stukken blijkt duidelijk dat de zaak berust op de grondslag dat [eiser] geen huurder was en dit op grond van art. 7:268 lid 2 BW Pro wilde worden. [3]
onderdeel 2dat het hof ten onrechte niet heeft getoetst of sprake is van een ongeoorloofde inmenging in het huurrecht van [eiser] als bedoeld in art. 1 Eerste Pro Protocol.