Conclusie
middel 1betoogd dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden, althans het grievenstelsel heeft miskend, door niet slechts een oordeel te geven over de beslissing van de rechtbank ten aanzien van de fiscale schulden, maar zich ook te buigen over de ontstaansdata van andere schulden en de vraag of zij te goeder trouw waren ten aanzien van de schuld aan SNS Bank. In schuldsaneringszaken heeft het hof deze vrijheid [1] . De inhoudelijke, hiervóór samengevatte, oordelen van het hof houden stand in weerwil van de klachten die het middel daartegen aanvoert [2] . Hetzelfde geldt voor van
middel 2, dat het bestaan van een fiscale schuld betwist, aangezien het oordeel van het hof op dat punt in hoge mate feitelijk en overigens niet onbegrijpelijk is [3] . Bij aanvullend verzoekschrift van 27 augustus 2013 zijn nog een reeks klachten aangevoerd tegen vermeende feitelijke onjuistheden in het proces-verbaal van de zitting in hoger beroep van 8 juli 2013. Ook dit is geen grond voor cassatie.