ECLI:NL:HR:2009:BG7408

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01242
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A. Hammerstein
  • O. de Savornin Lohman
  • W.D.H. Asser
  • E.J. Numann
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 1 onder b FArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek definitieve toelating schuldsaneringsregeling wegens benadeling schuldeisers

Verzoeker heeft bij de rechtbank Dordrecht een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank sprak de voorlopige toepassing uit en benoemde een rechter-commissaris en bewindvoerder. Na rapportage van de bewindvoerder wees de rechtbank het verzoek tot definitieve toepassing af vanwege gegronde vrees voor benadeling van schuldeisers en niet-nakoming van verplichtingen.

Verzoeker ging in hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Gravenhage, dat het vonnis van de rechtbank bekrachtigde. Tegen dit arrest stelde verzoeker beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling spelen. Het beroep wordt daarom verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot definitieve toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.

Uitspraak

6 februari 2009
Eerste Kamer
08/01242
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 22 augustus 2007 ter griffie van de rechtbank Dordrecht ingediend verzoekschrift heeft [verzoeker] zich gewend tot die rechtbank en verzocht ten aanzien van hem de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
De rechtbank heeft bij vonnis van 9 oktober 2007 ten aanzien van [verzoeker] de voorlopige toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder.
Nadat de bewindvoerder een verslag had uitgebracht is de zaak mondeling behandeld ter zitting van 30 oktober 2007. Bij vonnis van 6 november 2007 heeft de rechtbank het verzoek tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 11 maart 2008 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 6 februari 2009.