ECLI:NL:PHR:2013:BX6910
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor medeplegen van schuldwitwassen van provisiegelden
In deze zaak stond de vraag centraal of verdachte zich schuldig had gemaakt aan schuldwitwassen door het voorhanden hebben van geldbedragen afkomstig uit een door haar echtgenoot gepleegd misdrijf. De verdachte en haar echtgenoot bewaarden in hun gezamenlijke woning een kluis met contant geld, waarvan verdachte op de hoogte was. Het hof stelde vast dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het geld uit misdrijf afkomstig was.
De verdediging voerde aan dat de provisiegelden niet uit een misdrijf afkomstig waren en dat verdachte daarom vrijgesproken moest worden. De Hoge Raad herhaalt echter de jurisprudentie dat het enkele voorhanden hebben van een voorwerp afkomstig uit een eigen misdrijf niet automatisch witwassen oplevert; er moet sprake zijn van gedragingen gericht op het verbergen of verhullen van de criminele herkomst.
Het hof had voldoende gemotiveerd dat verdachte niet slechts het geld voorhanden had, maar ook bewust was van de criminele herkomst en dat het voorhanden hebben bijdroeg aan het verbergen daarvan. De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is en bevestigt de veroordeling tot 40 dagen gevangenisstraf voor medeplegen van schuldwitwassen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot 40 dagen gevangenisstraf voor medeplegen van schuldwitwassen.