ECLI:NL:PHR:2013:BY4114
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens overschrijding optietermijn bij vaststelling Nederlandse nationaliteit
Verzoekster heeft bij de rechtbank 's-Gravenhage verzocht om vaststelling van de Nederlandse nationaliteit op grond van artikel 17 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap. De rechtbank wees dit verzoek af omdat verzoekster de optietermijn zoals bedoeld in artikel 27 lid 2 RWN Pro (oud) had overschreden.
Verzoekster stelde beroep in cassatie in tegen deze beschikking, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie konden leiden. De klachten berustten deels op een onjuiste interpretatie van de rechtbankbeschikking, zoals het vermeende vereiste dat de optant woonachtig moet zijn in het land waar wordt geopteerd en dat een geboorteakte noodzakelijk is.
De Hoge Raad bevestigde dat de Rijkswet op het Nederlanderschap limitatief de wijzen opsomt waarop het Nederlanderschap kan worden verkregen en dat overschrijding van de optietermijn niet kan worden gecompenseerd door een toekenning door ambtenaren van de burgerlijke stand. Ook het beroep op algemene beginselen van behoorlijk bestuur kan niet leiden tot verkrijging van de nationaliteit.
Daarom werd het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van het Wetboek van Rechtsvordering.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de optietermijn voor verkrijging van de Nederlandse nationaliteit.