ECLI:NL:PHR:2013:BY4896
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over niet-ontvankelijkheid cassatie in burengeschil erfafscheiding en eigendomsrecht
Deze zaak betreft een burengeschil tussen eiseres en verweerders over schade aan een erfafscheiding en inbreuk op het eigendomsrecht daarvan. De kantonrechter veroordeelde eiseres tot vergoeding van de schade en verbood haar verdere inbreuk, bekrachtigd door het gerechtshof.
Eiseres stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, met meerdere middelen. De Hoge Raad oordeelde dat veel van deze middelen berusten op onjuiste feitelijke aannames, nieuwe feiten die niet eerder waren ingebracht, of onbegrijpelijke feitelijke oordelen van het hof. Daarnaast werd vastgesteld dat eiseres in hoger beroep geen grief had tegen het oordeel dat geen sprake was van een mandelige erfafscheiding.
Op grond van artikel 80a van het Wetboek van Rechtsvordering verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk omdat de klachten geen behandeling rechtvaardigen en eiseres onvoldoende belang heeft bij cassatie. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.