ECLI:NL:PHR:2013:BY5051
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid na schuldoverneming bij financiële leaseovereenkomsten
In deze zaak staat de vraag centraal of eiser, die als statutair directeur en medeondertekenaar hoofdelijk aansprakelijk is gesteld voor drie financiële leaseovereenkomsten van Eniti Personeelsdiensten B.V., door schuldoverneming is ontslagen van die aansprakelijkheid. Eiser had zijn functie als directeur overgedragen aan een opvolger en een overeenkomst van schuldovername gesloten, maar DLL, de schuldeiser, had hiervoor geen toestemming gegeven.
De rechtbank en het hof hebben geoordeeld dat zonder expliciete of impliciete toestemming van DLL de schuldoverneming niet werkt jegens DLL, waardoor eiser hoofdelijk aansprakelijk blijft. Tevens is geoordeeld dat de ontbinding van de leaseovereenkomsten niet leidt tot het vervallen van de aansprakelijkheid van eiser, omdat hij zich krachtens artikel E van de overeenkomsten heeft verbonden hoofdelijk aansprakelijk te zijn.
Eiser voerde verweren aan zoals eigen schuld, matiging en schuldeisersverzuim, maar deze zijn verworpen. Ook het beroep op bewijslevering voor toestemming van DLL is afgewezen wegens onvoldoende concrete feiten. De Hoge Raad bevestigt de rechtsoverwegingen van het hof en verwerpt het cassatieberoep van eiser.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen; hij blijft hoofdelijk aansprakelijk voor de vordering van DLL.