ECLI:NL:PHR:2013:BY5443

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
8 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/01113
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 27 SrArt. 2 Opiumwet
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering poging tot diefstal navigatiesysteem

Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft verdachte veroordeeld wegens poging tot diefstal met braak en een overtreding van de Opiumwet, waarbij een gevangenisstraf van zes weken werd opgelegd. Verdachte stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat sprake was van het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening van het navigatiesysteem dat uit een auto werd weggenomen. De enkele constatering van een verbalisant dat het navigatiesysteem nog in het voertuig aanwezig was, is onvoldoende bewijs voor dit oogmerk.

Daarnaast werd een middel gegrond verklaard dat betrekking had op overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase door late aanlevering van stukken door het hof. De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het de tenlastelegging en strafoplegging betreft en wijst de zaak terug aan het hof voor een nieuwe beoordeling. Er zijn geen gronden voor ambtshalve vernietiging aangetroffen.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de poging tot diefstal.

Conclusie

Nr. 11/01113
Mr. Vegter
Zitting: 6 november 2012
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft bij arrest van 11 februari 2011 verdachte wegens "poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak" en wegens "opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr Pro. Voorts zijn beslissingen genomen omtrent de vordering van de benadeelde partij en de inbeslaggenomen voorwerpen als nader in het arrest omschreven.
2. Namens verdachte heeft mr. R.A.F. Bunge, advocaat te Venlo, beroep in cassatie ingesteld en heeft mr. J.C. Oudijk, eveneens advocaat te Venlo, bij schriftuur twee middelen van cassatie voorgesteld.
3. Het eerste middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden doordat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
4. Namens de verdachte is op 25 februari 2011 beroep in cassatie ingesteld. Volgens een op de begeleidende brief van 30 november 2011 geplaatst stempel zijn de stukken bij de Hoge Raad ingekomen op 21 december 2011. Dat brengt mee dat de inzendtermijn van acht maanden(1) is overschreden. Het middel is dan ook terecht voorgesteld.
5. Het middel kan echter onbesproken blijven indien de Hoge Raad met mij van oordeel is dat het arrest om andere redenen niet in stand kan blijven en dient te worden teruggewezen. Het tijdsverloop kan immers bij de nieuwe behandeling van de zaak aan de orde worden gesteld. (2)
6. Het tweede middel klaagt over de motivering van de onder parketnummer 03-500383-08 bewezenverklaarde poging tot gekwalificeerde diefstal van een navigatiesysteem uit een auto.
7. Het middel slaagt. Uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen noch uit de in het bestreden arrest opgenomen nadere bewijsoverweging kan het oogmerk van de wederrechtelijk toe-eigening van het navigatiesysteem blijken. De enkele tot het bewijs gebezigde opmerking van de verbalisant dat hij zag dat het navigatiesysteem nog in het betreffende voertuig aanwezig was, is hiertoe onvoldoende.(3)
8. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak voor zover het betreft de beslissingen ter zake van het onder parketnummer 03-500383-08 tenlastegelegde en de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof, teneinde in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Verdachte zat ten tijde van het instellen van het beroep in cassatie niet voor de onderhavige zaak preventief gedetineerd.
2 HR 17 juni 2008, NJ 2008/358, r.o. 3.5.3.
3 Het Hof heeft de hieromtrent bekennende verklaring van de verdachte, zoals hij die, blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal, op 16 maart 2008 tegenover de politie heeft afgelegd, niet voor het bewijs gebezigd. Nu het Hof bedoelde verklaring niet voor het bewijs heeft gebezigd, heeft het Hof het met betrekking tot deze verklaring ter terechtzitting in hoger beroep gevoerde Salduz-verweer onbesproken gelaten.