ECLI:NL:PHR:2013:BY5449
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verkorting duur opname in klinisch forensische instelling als bijzondere voorwaarde bij voorwaardelijke straf
In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met bijzondere voorwaarden waaronder opname in een klinisch forensische instelling. Een van de middelen in cassatie betrof de vraag of het Hof de beslissing tot verkorting van de opname aan behandelaars en reclassering mocht overlaten, terwijl dit volgens artikel 14c Sr aan de rechter zou zijn voorbehouden.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad stelt dat de formulering van de bijzondere voorwaarde waarbij de duur van opname kan worden verkort door behandelaars in overleg met de reclassering in de praktijk niet ongebruikelijk is en het belang van de verdachte niet schaadt. De rechter bepaalt immers de maximale duur van de opname, maar het vroegtijdig beëindigen door anderen dan de rechter is niet onverenigbaar met de wet. Dit sluit aan bij andere strafrechtelijke regelingen waarbij derden de vrijheidsbeneming kunnen beëindigen.
De conclusie is dat artikel 14c Sr de verkorting van de opname door anderen dan de rechter niet verbiedt en dat deze regeling functioneel is vanuit behandelingsperspectief. Het tweede middel, dat klaagt over overschrijding van de inzendtermijn in cassatie, wordt gegrond verklaard, waardoor de redelijke termijn is overschreden. De conclusie strekt tot vernietiging van het arrest voor zover het de duur van de gevangenisstraf betreft, met mogelijkheid tot vermindering van de straf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de beslissing tot verkorting van opname in een klinisch forensische instelling door behandelaars en reclassering niet in strijd is met artikel 14c Sr en vernietigt het arrest voor wat betreft de duur van de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn.