ECLI:NL:PHR:2013:BY5606

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
15 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/00493
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 13 Wet wapens en munitie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor medeplegen vrijheidsberoving en wapenwet overtreding

Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk en wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden van een persoon, alsmede voor het handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie. De opgelegde straf betrof een gevangenisstraf van 12 maanden.

Tegen dit arrest werd cassatieberoep ingesteld door verdachte, vertegenwoordigd door mr. M.L.M. van der Voet. Twee middelen van cassatie werden aangevoerd, maar de Hoge Raad oordeelde dat deze niet tot cassatie konden leiden omdat zij geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad merkte op dat, anders dan in een samenhangende zaak, volstaan kon worden met een verbeterde lezing van de kwalificatie. Er werden geen gronden gevonden om ambtshalve tot vernietiging van het bestreden arrest over te gaan. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen en de veroordeling van het Gerechtshof bleef in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigde de veroordeling tot 12 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van vrijheidsberoving en overtreding van de wapenwet.

Conclusie

Nr. 11/00493
Mr. Vellinga
Zitting: 13 november 2012
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage wegens 1. subsidiair "Medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden", 2. "Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. Voorts bevat het arrest enige bijkomende beslissingen, een en ander als in het arrest vermeld.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 11/00493, 11/00359 en 10/05109. In al deze zaken zal in vandaag concluderen.
3. Namens verdachte heeft mr. M.L.M. van der Voet, advocaat te Amsterdam, twee middelen van cassatie voorgesteld.
4. De middelen kunnen niet tot cassatie leiden, nu deze niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Met betrekking tot het tweede middel merk ik nog op dat anders dan in de samenhangende zaak 10/05109 kan worden volstaan met verbeterde lezing van de kwalificatie.
5. De middelen kunnen worden afgedaan met de in art. 81 RO Pro bedoelde motivering.
6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG