ECLI:NL:PHR:2013:BY9128
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan gronden
In deze zaak richtte het cassatieberoep zich tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 26 januari 2012. Verdachte diende tijdig twee middelen van cassatie in. Het eerste middel klaagde over het niet tijdig opstellen van de aanvulling van het verkorte arrest en het proces-verbaal van de zitting, maar deze klacht werd verworpen omdat de wet hieraan geen sancties verbindt.
Het tweede middel betrof de motivering van het hof bij de verwerping van het verweer dat alle bewijsmiddelen verzameld door de verbalisant moesten worden uitgesloten. Dit middel werd eveneens afgewezen omdat de motivering begrijpelijk was.
De Hoge Raad concludeerde dat de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie konden leiden en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan cassatiegronden.