ECLI:NL:HR:2013:BY9128
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk op grond van art. 80a RO
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De advocaat van verdachte heeft middelen van cassatie ingediend. De Advocaat-Generaal heeft schriftelijk geadviseerd het beroep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO).
De Hoge Raad heeft de schriftelijke reactie van de raadsman op het advies van de Advocaat-Generaal meegewogen. Na beoordeling oordeelt de Hoge Raad dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de partij onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Daarom verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Dit arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens de openbare terechtzitting van 22 januari 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard op grond van art. 80a RO.