ECLI:NL:PHR:2013:BY9993
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens falende bewijsklacht op aanwezigheid GHB
Het hof heeft bewezen verklaard dat verdachte op 6 september 2009 te Rhenen opzettelijk ongeveer 990 gram GHB aanwezig had, een middel als bedoeld in lijst II van de Opiumwet. Verdachte werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één week met een proeftijd van twee jaar.
De raadsman van verdachte voerde cassatie in met het middel dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het afweek van het standpunt van de verdediging dat verdachte geen wetenschap had van de GHB in haar tas, die in een auto van een derde was aangetroffen. De verdediging stelde dat verdachte de tas weken eerder had achtergelaten en geen kennis had van de inhoud.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit verweer niet gemotiveerd had weerlegd en dat de bewijsmiddelen geen aanwijzing gaven voor wetenschap van verdachte over de GHB. Daarom slaagde het middel en werd het arrest vernietigd voor zover het de aanwezigheid van GHB betrof. Daarnaast werd een middel over overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase gegrond bevonden, wat tot strafvermindering zou leiden.
De zaak werd terugverwezen naar het hof voor een nieuwe berechting van het hoger beroep met betrekking tot het tenlastegelegde onder 4 en de strafoplegging.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.