ECLI:NL:PHR:2013:BZ2950
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens motiveringsgebrek bij beoordeling noodweerexces en proportionaliteit
In deze zaak gaat het om een verdachte die werd veroordeeld voor mishandeling met zwaar lichamelijk letsel na een conflict op een terras waarbij hij een persoon hard in het gezicht sloeg. Het hof oordeelde dat sprake was van een noodweersituatie, maar dat de verdachte disproportioneel had gehandeld door een hardere slag toe te dienen dan noodzakelijk, waardoor het beroep op noodweer werd verworpen.
De verdediging stelde in cassatie dat het hof de proportionaliteitseis verkeerd had toegepast door te eisen dat de noodzaak van de gekozen wijze van verdediging moest vaststaan, terwijl volgens de Hoge Raad alleen de redelijkheid van de verhouding tussen verdediging en aanranding beslissend is. De Hoge Raad constateert dat het hof onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn gedachtegang en daarmee een motiveringsgebrek vertoont.
Verder wees de Hoge Raad erop dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat geen beroep was gedaan op een hevige gemoedsbeweging (noodweerexces), terwijl dit in het proces niet aannemelijk was gemaakt. Ook de toewijzing van de schadevergoeding aan de benadeelde partij werd niet vernietigd, omdat de verdediging onvoldoende had betoogd dat sprake was van eigen schuld van de benadeelde.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het hof 's-Gravenhage voor een nieuwe beoordeling, waarbij het hof de proportionaliteit van het handelen in noodweer adequaat moet motiveren en toetsen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.