ECLI:NL:HR:2013:BZ2950
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering disproportioneel handelen bij noodweerexces
Op 25 mei 2008 sloeg de verdachte een persoon, het slachtoffer, hard in het gezicht, waarbij zwaar lichamelijk letsel ontstond. De verdachte voerde noodweer dan wel noodweerexces aan omdat het slachtoffer hem aanviel met schoppen en slaande bewegingen.
Het hof oordeelde dat de verdachte handelde ter noodzakelijke verdediging, maar dat hij disproportioneel handelde door een te zware verdedigingswijze te kiezen. Het hof verwierp daarom het beroep op noodweer en noodweerexces en verklaarde de verdachte strafbaar.
De Hoge Raad stelt dat het hof onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn motivering over de disproportionaliteit en dat het hof een te strenge toets heeft toegepast door te eisen dat ook de noodzaak van de gekozen wijze van verdediging moest worden aangetoond. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling op basis van de juiste maatstaf.
De zaak betreft de toepassing van art. 41 Sr Pro over noodweer(exces) en de proportionaliteitseis. De Hoge Raad benadrukt dat de gedraging niet in onredelijke verhouding mag staan tot de ernst van de aanranding, maar dat het hof zijn oordeel beter moet motiveren.
Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 5 maart 2013.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over disproportioneel handelen bij noodweerexces en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.