ECLI:NL:PHR:2013:BZ2960
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorwaardelijk opzet bij poging tot doodslag met vuurwapen
Op 24 november 2010 schoot verdachte op het slachtoffer in de deuropening van zijn woning te Eindhoven. Hoewel het slachtoffer niet werd geraakt, werd verdachte door het hof veroordeeld voor poging tot doodslag met een vuurwapen. Verdachte voerde in hoger beroep aan dat hij bewust mis had geschoten en dat er geen sprake was van opzet, ook niet voorwaardelijk.
Het hof oordeelde dat verdachte vanaf ongeveer 10 meter afstand gericht schoot op het slachtoffer, waarbij de kogel een hoogte had die het slachtoffer kon raken. Verdachte had bewust niet elders geschoten om het slachtoffer te verjagen, wat volgens het hof duidde op het aanvaarden van de aanmerkelijke kans op dodelijk letsel. De verdediging stelde dat verdachte niet wist van die kans en dat hij ook de nabijheid van een ander persoon in acht nam, maar het hof achtte deze stellingen niet aannemelijk.
De Hoge Raad toetste het oordeel van het hof en concludeerde dat het oordeel niet onbegrijpelijk was en dat het hof voldoende had gemotiveerd waarom het verweer werd verworpen. De Hoge Raad wees erop dat cassatie niet bedoeld is voor een nieuwe feitelijke beoordeling. Het cassatiemiddel werd daarom verworpen en de veroordeling van verdachte bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat verdachte voorwaardelijk opzet had en verwierp het cassatiemiddel.