ECLI:NL:PHR:2013:BZ4479
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring poging moord met voorbedachte raad en strafvermindering wegens termijnoverschrijding
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin de verdachte werd veroordeeld tot 16 jaar gevangenisstraf voor doodslag op het eerste slachtoffer en poging tot moord op het tweede slachtoffer. De verdediging klaagde onder meer over het niet horen van een getuige en de motivering van de bewezenverklaring van poging tot moord.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht de getuige niet opnieuw heeft gehoord, omdat het verzoek onvoldoende was gemotiveerd en het verdedigingsbelang niet werd geschaad. Ten aanzien van de bewezenverklaring van poging tot moord op het tweede slachtoffer stelt de Hoge Raad vast dat het hof op basis van forensisch bewijs en getuigenverklaringen voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de verdachte meerdere keren heeft geschoten met voorbedachte raad.
Hoewel de verdediging klaagde over de motivering en de interpretatie van verklaringen, faalden deze klachten wegens gebrek aan feitelijke grondslag of onvoldoende onderbouwing. De Hoge Raad wijst er tevens op dat de redelijke termijn voor de uitspraak is overschreden, waardoor ambtshalve strafvermindering moet worden toegepast.
De Hoge Raad vernietigt het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en bepaalt dat de straf wordt verminderd in de mate die passend wordt geacht, terwijl het cassatieberoep voor het overige wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de bewezenverklaring en veroordeelt tot 16 jaar gevangenisstraf, met ambtshalve strafvermindering wegens termijnoverschrijding.